Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1286
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1286 → ECLI:NL:PHR:2024:640
Inhoudsindicatie
Mishandeling door omwonende die zich beklaagt over rijgedrag van pakketbezorger meermalen in gezicht te stompen, art. 300.1 Sr. Vrijspraak eerste aanleg. Noodweer, art. 41.1 Sr. Kon hof oordelen dat de door verdachte aangevoerde feitelijke toedracht niet aannemelijk is geworden? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt het middel. CAG: O.b.v. gebruikte bewijsmiddelen is ’s hofs oordeel, dat het niet aannemelijk is geworden dat slachtoffer de verdachte met zaklamp op zijn neus heeft geslagen, niet onbegrijpelijk. Getuige heeft verklaard dat verdachte “zonder dat ander wat deed” fors uithaalde naar slachtoffer. Andere getuige heeft verklaard dat alleen 1 van 2 mannen (verdachte en slachtoffer) de ander een klap in zijn gezicht gaf waarna geslagen man op de grond viel. ‘s Hofs oordeel wordt niet onbegrijpelijk in het licht van processtukken waarop beroep wordt gedaan, die gang van zaken zouden ondersteunen die aan beroep op noodweer ten grondslag zijn gelegd, omdat feitenrechter beslist wat hij van beschikbaar bewijsmateriaal wel en niet betrouwbaar en bruikbaar vindt. Of verdachte 1 of 2 klappen heeft gegeven, is voor verwerping van beroep op noodweer niet van belang. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.012 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/01772
Datum 24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 mei 2022, nummer 21-002503-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zwiers, advocaat in Almere, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van 40 uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.