Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2024:1228
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2024:1228 → ECLI:NL:PHR:2024:822
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Bosnische nationaliteit) naar Bosnië en Herzegovina t.z.v. deelneming aan criminele organisatie en illegale handel in drugs en wapens. 1. Genoegzaamheid van stukken, art. 18.3 Uitleveringswet en art. 12.2 EUV. Volgt uiteenzetting van feiten waarvan opgeëiste persoon wordt verdacht genoegzaam uit overgelegde stukken en blijkt daaruit dat opgeëiste persoon als pleger valt aan te merken? 2. Verweer dat sprake is van politiek gemotiveerd uitleveringsverzoek, art. 11 Uitleveringswet en art. 3.2 EUV. 3. Bevoegdheidsverdeling uitleveringsrechter en minister. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende schending van art. 3 EVRM vanwege corrupt rechtssysteem in Bosnië en Herzegovina? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.853 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/00566 U
Datum 24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 februari 2024, nummer UTL-l-2022007274, op verzoek van Bosnië en Herzegovina tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de opgeëiste persoon hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.