Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1224

2024-10-08 Strafrecht 22/01883
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-10-08
Publicatiedatum
2024-09-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01883
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/953

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen namaken bankbiljetten (art. 208 Sr), medeplegen uitgeven valse bankbiljetten (art. 209 Sr), voorhanden hebben voorwerpen bestemd tot namaken bankbiljetten (art. 214 Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 22/01755 P, 22/01779 P, 22/01788 P, 22/01849 P, 22/01882 P, 22/01896 en 22/01897 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.557 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01883

Datum 8 oktober 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2022, nummer 21-003463-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2024.