Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1221

2024-10-08 Strafrecht 22/01788
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-10-08
Publicatiedatum
2024-09-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01788
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/949

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit productie van en handel in valse bankbiljetten. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 22/01755 P, 22/01779 P, 22/01849 P, 22/01882 P, 22/01883, 22/01896 en 22/01897 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.660 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01788 P

Datum 8 oktober 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2022, nummer 21-003377-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2024.