Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1216

2024-09-17 Strafrecht 22/04019
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-17
Publicatiedatum
2024-09-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/04019
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/880 | JIN 2024/148 met annotatie van mr. C. van Oort

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Ontucht met twee 11-jarige/15-jarige meisjes door 62-jarige/65-jarige eigenaar van viswinkel waar meisjes werkzaam zijn, art. 249.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten. 1. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 1) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van getuigen. 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid van verklaringen van aangeefster (feit 2) en (ontbreken van motivering verwerping) bewijsuitsluitingsverweer m.b.t. verklaringen van moeder van aangeefster. 3. Schakelbewijsconstructie. Is verklaring van aangeefster m.b.t. feit 1 redengevend als schakelbewijs voor feit 2? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu hof m.b.t. getuige A heeft overwogen waarom het geen aanleiding ziet aan juistheid en betrouwbaarheid van verklaring van deze getuige te twijfelen en m.b.t. getuige B heeft overwogen waarom het overtuigt is dat ook deze getuige naar waarheid heeft verklaard. Ten slotte geldt m.b.t. getuige C dat uit pleitnota niet kan worden opgemaakt dat over betrouwbaarheid van gebruikte inhoud van haar verklaring verweer is gevoerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. Deze uitkomst wordt niet anders als in schriftuur opgenomen verwijzing naar “verklaringen van getuige B” verbeterd wordt gelezen als “verklaringen van getuige D”. ‘s Hofs oordeel dat deze verklaringen voor bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk. CAG: ‘s Hofs oordeel m.b.t. betrouwbaarheid van aangeefster is niet onbegrijpelijk. Klacht m.b.t. motivering verwerping bewijsuitsluitingsverweer mist feitelijke grondslag, nu uit bewijsoverwegingen kan worden opgemaakt dat hof voor bewijsvoering inderdaad gebruik heeft gemaakt van verklaringen van moeder van aangeefster, maar dat dit getuige D is en niet (zoals in schriftuur genoemd) getuige B. Verklaringen van getuige B (moeder van andere aangeefster) heeft hof alleen gebruikt voor bewijsvoering van feit 1. Ad 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Door hof genoemde omstandigheden zijn toereikend voor oordeel dat sprake is van dermate specifieke overeenkomsten t.a.v. context en patroon van handelen van verdachte dat verklaring van aangeefster over feit 1 als schakelbewijs kan worden gebruikt voor feit 2. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.838 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/04019

Datum 17 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2022, nummer 21-003780-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat in ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1].


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2].


3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 20. Deze uitkomst wordt niet anders als de in de schriftuur bij de tweede deelklacht van het tweede cassatiemiddel opgenomen verwijzing naar “de verklaringen van [getuige 2]” verbeterd wordt gelezen als “de verklaringen van [getuige 4]”. Het oordeel van het hof dat deze verklaringen voor het bewijs bruikbaar zijn, is niet onbegrijpelijk.




4Beoordeling van het derde cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof bij de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] gebruik heeft gemaakt van de constructie van ‘schakelbewijs’.


4.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 24 tot en met 29.




5Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2024.