Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:120

2024-01-30 Strafrecht 22/04384
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-01-30
Publicatiedatum
2024-01-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/04384
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0018 | RvdW 2024/182

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Zedenzaak. Seksueel misbruik van 12-13 jarige jongen door 35-36 jarige eigenaar van hoveniersbedrijf waar jongen werkzaamheden verricht, art. 247 jo. 248.2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over onbetrouwbaarheid van verklaringen van aangever, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangever voldoende steun in forensisch bewijs en verklaringen van verdachte? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft afwijking van dit onderdeel van (tot vrijspraak strekkend) uos toereikend en begrijpelijk gemotiveerd. Hof heeft immers gemotiveerd uiteengezet waarom het (anders dan verdediging) de verklaringen van aangever betrouwbaar acht. Daarbij heeft hof in aanmerking genomen dat verklaringen van aangever in voldoende mate gedetailleerd en op hooflijnen consistent zijn. Voorts heeft hof overwogen dat aan betrouwbaarheid van verklaringen niet afdoet dat er in verklaringen van aangever op ondergeschikte punten mogelijk tegenstrijdigheden zijn aan te wijzen. Tot slot heeft hof van belang geacht dat verklaringen van aangever grotendeels ondersteund worden door forensisch bewijs en door onderdelen van verklaringen van verdachte zelf. Hof heeft hiermee op begrijpelijke wijze tot uitdrukking gebracht waarom het in hetgeen door raadsvrouw is aangevoerd geen reden ziet om aan betrouwbaarheid van verklaring van aangever te twijfelen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Forensische bevindingen bevestigen dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden op locaties die door aangever zijn aangewezen. Verdachte heeft aangever ondersteund tijdens schieten met een bij verdachte later aangetroffen buks. Verdachte heeft geregeld dat aangever contact met hem kon voortzetten met telefoon van zoon van verdachte nadat ouders van aangever hem hadden gezegd geen contact meer te hebben. Hof heeft gemotiveerd uitgelegd waarom het van oordeel is dat sprake is van voldoende steunbewijs. Verklaringen van aangever worden ondersteund door verschillende onderdelen uit verklaringen van verdachte. Gelet hierop getuigt ‘s hofs oordeel dat verklaring van aangever in voldoende mate wordt ondersteund door forensisch bewijs en onderdelen van verklaringen van verdachte, niet van een onjuiste rechtsopvatting en is dit oordeel evenmin onbegrijpelijk. Derhalve is van schending van art. 342.2 Sv geen sprake en is bewezenverklaring in zoverre toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.523 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/04384

Datum 30 januari 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2022, nummer 21-005106-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van de aangever.


2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 7 tot en met 10.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, waarbij in het bijzonder wordt aangevoerd dat niet is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv op grond waarvan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige.


3.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 13 tot en met 26.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2024.