Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1125

2024-09-10 Strafrecht 22/03503
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-10
Publicatiedatum
2024-09-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/03503
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/861

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging n.a.v. conflict over de door verdachte en medeverdachte gehuurde scooters op Texel, art. 141.1 Sr. Bewijsklacht. Kon hof oordelen dat geweldshandelingen “openlijk” hebben plaatsgevonden, nu uit bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid waar deze (precies) zijn gepleegd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/03504.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.665 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/03503

Datum 10 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 september 2022, nummer 23-003161-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat in Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.