Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1117

2024-09-10 Strafrecht 23/02770
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-10
Publicatiedatum
2024-09-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/02770
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0201 | RvdW 2024/865

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen voorbereiding moord door peilbaken, simkaart en telefoon met GPS-tracker voorhanden te hebben, art. 46.1 en 289 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Hof heeft gemotiveerd op grond waarvan medeplegen voorbereiding moord is bewezen. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is, in het licht van ‘s hofs bewijsvoering en mede gelet op wat in CAG is opgemerkt, toereikend gemotiveerd. CAG: Door opdrachtgever gestuurde instructies naar verdachtes voorgangers kunnen van betekenis worden geacht bij duiding van verdachtes gedragingen. Hof kon oordelen dat specifieke, op werkwijze van verdachtes voorgangers nauw aansluitende (voorbereidings)handelingen waren bestemd tot moord. Hof kon hieruit afleiden dat dit ook voor verdachte gold en dat zijn voorwaardelijk opzet was gericht op liquidatie. Hof heeft nadrukkelijk cruciale rol van heimelijk lokaliseren van slachtoffer betrokken in het licht van planmatige uitvoering van liquidatie en daarmee toereikend gemotiveerd dat uit bewijsvoering met voldoende bepaaldheid blijkt welk misdadig doel verdachte met voorhanden hebben van voorwerpen voor ogen stond. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02882, 23/03754 en 23/03874.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.863 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02770

Datum 10 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2023, nummer 23-000592-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen van voorbereiding van moord niet uit de bewijsvoering van het hof kan volgen.

2.2.1

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 6 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht op een persoon, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk
- een peilbaken en
- een simkaart en
- een telefoon met applicatie TKSTAR GPS (voor het instellen en volgen van een GPS-tracker), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”



2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest van het hof. Verder heeft het hof in zijn arrest een bewijsoverweging opgenomen zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9.



2.3
Het hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tenlastegelegde medeplegen van voorbereiding van moord is bewezen. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in het licht van de door het hof gebruikte bewijsvoering en mede gelet op wat daarover is opgemerkt in de conclusie van de advocaat-generaal onder 12 tot en met 17 en 22 tot en met 27, toereikend gemotiveerd.


2.4
Het cassatiemiddel faalt.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.