Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2024:1106

2024-09-03 Strafrecht 22/01681
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2024-09-03
Publicatiedatum
2024-08-30
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01681
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2024-0181 | RvdW 2024/826

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), en mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f.1 Sr). Vrijspraak eerste aanleg. 1. Bewijsklachten oplichting. Heeft verdachte door samenweefsel van verdichtsels aangeefsters bewogen tot aangaan van schulden in de vorm van telefoonabonnementen en afgifte van telefoons? 2. Bewijsklachten mensenhandel. Heeft verdachte aangeefsters uitgebuit? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel van hof over “bewegen tot” is in het licht van HR:2020:1149 en daarin verwoorde gezichtspunten inzake oplichting onvoldoende gemotiveerd. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit door hof vastgestelde voorvallen blijkt dat handelen van verdachte steeds min of meer zelfde verloop/patroon kent, waarbij hij (jonge) vrouwen benadert en deze, zonder dat dit zijn ware intenties zijn, liefdesrelatie met hem c.q. bekende in vooruitzicht stelt en/of misbruik maakt van kwetsbare positie waarin vrouw verkeert, terwijl zijn handelen er steeds op is gericht dat vrouw telefoonabonnementen afsluit, met als enig doel dat hij daarvan financieel profiteert. Van benarde positie waarin aantal aangeefsters hierdoor komt te verkeren, maakt verdachte vervolgens misbruik in de zin van seksuele exploitatie. Oordeel van hof over mensenhandel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.302 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/01681

Datum 3 september 2024




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 april 2022, nummer 21-002827-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, derhalve met inbegrip van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangeefster 2] en [aangeefster 4] , in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde oplichtingen, voor zover deze inhoudt dat de verdachte door een samenweefsel van verdichtsels [aangeefster 2] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het aangaan van een schuld.


2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 5 en 7 tot en met 21.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1A tenlastegelegde mensenhandel.


3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 en 4 en 24 tot en met 37.




4Beoordeling van het derde cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.



5Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [aangeefster 1] , [aangeefster 6] en [betrokkene 13] ;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2024.