Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:951
2023-06-23
Civiel recht
22/01932
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:951 → ECLI:NL:GHARL:2022:1593 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:951 → ECLI:NL:PHR:2023:426 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Overlast. Ontbinding huurovereenkomst. Stelplicht en bewijslast.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.569 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01932
Datum 23 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. [huurder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [huurder 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [de huurders],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
STICHTING WOONBORG,
gevestigd te Vries,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Woonborg,
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8652291 CV EXPL 20-5023 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2020, 25 mei 2021 en 13 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.298.826/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 maart 2022.
[de huurders] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Woonborg heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de huurders] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonborg begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurders] niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 juni 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01932
Datum 23 juni 2023
ARREST
In de zaak van
1. [huurder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [huurder 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [de huurders],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
STICHTING WOONBORG,
gevestigd te Vries,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Woonborg,
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8652291 CV EXPL 20-5023 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2020, 25 mei 2021 en 13 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.298.826/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 maart 2022.
[de huurders] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Woonborg heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de huurders] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonborg begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurders] niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 juni 2023.