Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:77
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:77 → ECLI:NL:GHDHA:2021:253
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:77 → ECLI:NL:PHR:2022:1114
Inhoudsindicatie
Ontuchtige handelingen met 15-jarige aangeefster door 45-jarige verdachte na ontmoeting via online datingservice waarbij is nagelaten te vragen naar leeftijd aangeefster (art. 245 Sr). Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 maanden en taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis). 1. Kon hof onder verwijzing naar gelijke zaken (van medeverdachten) een verschillende (voor verdachte aanzienlijk zwaardere) straf opleggen? 2. Heeft hof nagelaten te responderen op ttz. ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over strafoplegging (verzoek tot oplegging taakstraf in combinatie met voorwaardelijke vrijheidsstraf), terwijl het daarvan is afgeweken? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03110 (niet gepubliceerd; art. 80a RO) en 20/03122 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.808 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/00420
Datum 24 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 januari 2021, nummer 22-000668-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.W. Stoet, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2023.