Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:757
2023-05-23
Strafrecht
22/00566
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:757 → ECLI:NL:GHAMS:2022:325
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:757 → ECLI:NL:PHR:2023:345
Inhoudsindicatie
Liquidatie in woonwijk in Amsterdam. Medeplegen poging tot moord, meermalen gepleegd (art. 289 Sr). 1. Afwijzing getuigenverzoeken vanwege te summiere onderbouwing en op de grond dat het niet aannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn zal kunnen worden gehoord (art. 288.1.a. Sv). 2. Gebruik voor bewijs van “Ennetcom-data”. Verweer dat “Ennetcom-berichten” onrechtmatig zijn verkregen. 3. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. medeplegen. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren en 6 maanden). Uos t.a.v. strafoplegging, art. 359.2 Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00920.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (13)
- ECLI:NL:RBAMS:2024:703 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:702 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:701 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:692 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:691 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:686 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:704 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:689 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:700 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:694 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:698 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:RBAMS:2024:696 Rechtbank Amsterdam 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1227 Parket bij de Hoge Raad 12-12-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.852 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00566
Datum 23 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2022, nummer 23-003864-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.
STRAFKAMER
Nummer 22/00566
Datum 23 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2022, nummer 23-003864-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2023.