Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:752
2023-06-06
Strafrecht
21/02419
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:752 → ECLI:NL:GHDHA:2021:1088
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:752 → ECLI:NL:PHR:2023:399
Inhoudsindicatie
Opzettelijk gebruik maken van vervalste beschikking Rb, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr) en oplichting (art. 326.1 Sr). 1. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Had verdachte wetenschap van vervalst karakter van beschikking en was hof gehouden te beslissen op het tot vrijspraak strekkende verweer? 2. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Heeft hof bewezenverklaard oogmerk uit bewijsmiddelen kunnen afleiden? 3. Vordering tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Is OM ontvankelijk, nu verstekvonnis waarin deze voorwaardelijke straf is opgelegd niet deugdelijk aan verdachte is betekend? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2020:1896.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.727 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02419
Datum 6 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2021, nummer 22-003353-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.
STRAFKAMER
Nummer 21/02419
Datum 6 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2021, nummer 22-003353-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.