Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:749

2023-06-06 Strafrecht 21/01994
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-06-06
Publicatiedatum
2023-05-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/01994
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/674

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen opzettelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen van mishandeling (art. 300.1 Sr) en voorhanden hebben van busje pepperspray (art. 26.1 WWM) en boksbeugel (art. 13.1 WWM). 1. Verweer m.b.t. onbetrouwbaarheid van voor bewijs gebruikte verklaringen van getuigen. 2. Bewijsklacht medeplegen mishandeling. 3. Vordering benadeelde partij. Heeft hof, gelet op onderbouwing vordering en wijze waarop vordering door verdediging is weersproken, toewijzing van vordering b.p. tot bedrag van € 7.500 aan immateriële schade toereikend gemotiveerd? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.947 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/01994

Datum 6 juni 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 mei 2021, nummer 23-003016-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij heeft R. van den Berg, advocaat te Haarlem, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte hebben J.Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.