Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:640

2023-04-21 Bestuursrecht; Belastingrecht 20/04298
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-04-21
Publicatiedatum
2023-04-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
20/04298
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | CFN 2023/39 met annotatie van - | NLF 2023/1006 | NTFR 2023/664 | Viditax (FutD) 2023042102 | FutD 2023-1034

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Formeel belastingrecht. Bevoegdheid belastingrechter, ontbonden rechtspersoon naar Curaçaos recht, informatiebeschikking, artikel 47 en 52a AWR, bekendmaking. Zie ook 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.764 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 20/04298

Datum 21 april 2023



ARREST



in de zaak van



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



tegen




[X2] N.V., voorheen gevestigd te [Z] (hierna: belanghebbende)



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 november 2020, nr. 17/01222 tot en met 17/01240, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 17/4039 tot en met AWB 17/04057) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.





1Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G.J.M.E. de Bont en J.M. Sitsen, heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 februari 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.




2Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/04297, ECLI:NL:HR:2023:543.



3Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaken met nummers 20/04297, 20/04298, 20/04299 en 20/04302 met elkaar samenhangen in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op een vierde van € 6.278, derhalve € 1.569,50, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, E.F. Faase, M.T. Boerlage en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.



Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 532.



ECLI:NL:GHARL:2020:9538.


ECLI:NL:PHR:2022:193.