Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:627
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:627 → ECLI:NL:GHARL:2021:11055
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:627 → ECLI:NL:PHR:2023:433
Inhoudsindicatie
Medeplegen bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, door als bestuurder van rechtspersoon ter bedrieglijke verkorting van rechten schuldeisers geldbedragen (bijna € 200.000) aan boedel te onttrekken (art. 343.1 (oud) Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (ruim € 250.000), Porsche en BMW (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Kon verdachte na verkoop van rechtspersoon nog worden aangemerkt als feitelijk bestuurder omdat zij en medeverdachte nog onverkort beschikking en zeggenschap hadden over zakelijke bankrekening en daar ook overboekingen mee hebben verricht? 2. Bewijsklacht medeplegen bedrieglijke bankbreuk. 3. Bewijsklacht (gewoonte)witwassen m.b.t. auto’s. 4. Bewijsklacht medeplegen gewoontewitwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04689 P.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1118 Parket bij de Hoge Raad 14-10-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.729 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/04688
Datum 18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 oktober 2021, nummer 21-000975-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.