Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:559
2023-04-14
Civiel recht; Arbeidsrecht
22/02862
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:559 → ECLI:NL:GHDHA:2022:671 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:559 → ECLI:NL:PHR:2023:92 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Maatstaf uitzondering opzegverbod tijdens ziekte (art. 7:671b lid 6, onder a, BW).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (36)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:9008 Rechtbank Noord-Holland 20-07-2026
- ECLI:NL:RBNHO:2026:10102 Rechtbank Noord-Holland 15-07-2026
- ECLI:NL:RBOBR:2026:1336 Rechtbank Oost-Brabant 03-03-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:124 Rechtbank Limburg 08-01-2026
- ECLI:NL:GHARL:2025:7611 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-12-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:4496 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-07-2025
- ECLI:NL:RBDHA:2025:13583 Rechtbank Den Haag 07-04-2025
- ECLI:NL:GHSHE:2025:747 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20-03-2025
- ECLI:NL:RBGEL:2025:1668 Rechtbank Gelderland 03-03-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:1503 Rechtbank Rotterdam 23-01-2025
- ECLI:NL:RBROT:2025:1503 Rechtbank Rotterdam 23-01-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2024:5915 Rechtbank Overijssel 14-11-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:5184 Rechtbank Oost-Brabant 31-10-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:5184 Rechtbank Oost-Brabant 31-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1045 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1045 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1045 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1045 Parket bij de Hoge Raad 11-10-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:9480 Rechtbank Noord-Holland 19-09-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:9485 Rechtbank Noord-Holland 31-07-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1874 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-06-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2024:1871 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 06-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:546 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:546 Parket bij de Hoge Raad 17-05-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:4485 Rechtbank Noord-Holland 02-05-2024
- ECLI:NL:GHARL:2024:1695 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 08-03-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2024:1270 Rechtbank Noord-Nederland 28-02-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2023:12198 Rechtbank Noord-Holland 30-11-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:10975 Rechtbank Noord-Holland 01-11-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:5800 Rechtbank Gelderland 17-10-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:10289 Rechtbank Noord-Holland 16-10-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:8962 Rechtbank Noord-Holland 13-09-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:5966 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13-07-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:5249 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22-06-2023
- ECLI:NL:RBNHO:2023:6374 Rechtbank Noord-Holland 31-05-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:3699 Rechtbank Gelderland 17-05-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.411 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/02862
Datum 14 april 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[werkneemster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de werkneemster,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,
kantoorhoudende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de werkgever,
advocaat: S.F. Sagel.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 9096001 VZ VERZ 21-3881 van de kantonrechter te Rotterdam van 6 juli 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.300.895/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2022.
De werkneemster heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De werkgever heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Erasmus MC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [werkneemster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 april 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/02862
Datum 14 april 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[werkneemster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de werkneemster,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,
kantoorhoudende te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de werkgever,
advocaat: S.F. Sagel.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 9096001 VZ VERZ 21-3881 van de kantonrechter te Rotterdam van 6 juli 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.300.895/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2022.
De werkneemster heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De werkgever heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Erasmus MC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [werkneemster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 april 2023.