Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:558

2023-04-14 Civiel recht; Verbintenissenrecht 22/00503
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-04-14
Publicatiedatum
2023-04-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00503
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/447 | OR-Updates.nl 2023-0123 | JONDR 2023/490

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:8-2:11 BW). Vernietiging wegens dwaling van aanvaarding afwijking certificaathoudersovereenkomst t.a.v. gevolgen defungeren en uittreden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.264 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 22/00503

Datum 14 april 2023




ARREST




In de zaak van


1. M.A.C. ID B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. M.A.C. BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
3. SEVEN STEPS TO HEAVEN B.V.,
gevestigd te Sterksel,
4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaten: R.P.J.L. Tjittes en H. Boom,



tegen


1. PLANTLAB GROEP B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
2. FBB HOLDING B.V.,
gevestigd te Berghem,
3. CHERRY UNLIMITED HOLDING B.V.,
gevestigd te Tiel,
4. DUNE PROJECTS B.V.,
gevestigd te Katwijk,
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],

wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en G.J. Harryvan.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/300898 / HA ZA 15-785 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 januari 2016, 19 april 2017, 14 juni 2017, 8 november 2017 en 10 oktober 2018;
b. de arresten in de zaken 200.257.495/01 en 200.258.196/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 oktober 2019 en 16 november 2021.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 16 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 april 2023.