Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:547

2023-04-18 Strafrecht 20/04205
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-04-18
Publicatiedatum
2023-04-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/04205
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/518

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 2.570) in vaas in woonkamer onder broer van klager t.z.v. verdenking van handel in cocaïne en heroïne, waarna broer is veroordeeld. 1. Had Rb ex art. 552a.5 (tweede volzin) Sv moeder van klager als belanghebbende in kennis moeten stellen van behandeling van klaagschrift in raadkamer? 2. Kon Rb oordelen dat klager t.a.v. geldbedrag niet redelijkerwijs als rechthebbende kan worden beschouwd? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04206 B. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (beslag is niet beëindigd ex art. 134.2.b Sv).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.888 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/04205 B

Datum 18 april 2023




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 1 december 2020, nummer RK 19/2600, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben T.P.A.M. Wouters en R.I. Takens, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.