Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:517
2023-03-31
Civiel recht
21/04767
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:517 → ECLI:NL:GHDHA:2021:2494 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:517 → ECLI:NL:PHR:2023:31 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Art. 7:759 lid 1 BW. Koop- aannemingsovereenkomst met betrekking tot jacht. Kan van opdrachtgever worden gevergd dat hij werf in gelegenheid stelt gebreken te herstellen?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.695 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04767
Datum 31 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[opdrachtgever],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [opdrachtgever],
advocaat: P.J. Tanja, aanvankelijk K. Teuben,
tegen
1. [de V.O.F.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.E. Franke.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/531093 / HA ZA 17-435 van de rechtbank Den Haag van 28 juni 2017 en 28 maart 2018;
b. de arresten in de zaak 200.242.375/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 maart 2020 en 17 augustus 2021.
[opdrachtgever] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [opdrachtgever] mede door M.W. Bakker.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [opdrachtgever] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [opdrachtgever] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 7.015,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04767
Datum 31 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[opdrachtgever],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [opdrachtgever],
advocaat: P.J. Tanja, aanvankelijk K. Teuben,
tegen
1. [de V.O.F.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.E. Franke.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/531093 / HA ZA 17-435 van de rechtbank Den Haag van 28 juni 2017 en 28 maart 2018;
b. de arresten in de zaak 200.242.375/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 maart 2020 en 17 augustus 2021.
[opdrachtgever] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [opdrachtgever] mede door M.W. Bakker.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [opdrachtgever] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [opdrachtgever] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 7.015,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023.