Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:502
2023-03-31
Civiel recht
22/00649
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:502 → ECLI:NL:PHR:2022:1225 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Art. 6:174 BW. Stelplicht en bewijslast. Motiveringsklachten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.540 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00649
Datum 31 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
STICHTING PARTEON,
gevestigd te Hoogeveen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Parteon,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en J.M. Moorman.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/281870 / HA ZA 18-773 van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2019 en 3 juli 2019;
b. de arresten in de zaak 200.268.513/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2019 en 30 november 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Parteon heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Parteon toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Parteon begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023.
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00649
Datum 31 maart 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
STICHTING PARTEON,
gevestigd te Hoogeveen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Parteon,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en J.M. Moorman.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/281870 / HA ZA 18-773 van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2019 en 3 juli 2019;
b. de arresten in de zaak 200.268.513/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2019 en 30 november 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Parteon heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Parteon toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Parteon begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023.