Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:393

2023-03-14 Strafrecht 21/00686
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-03-14
Publicatiedatum
2023-03-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/00686
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/360

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal van gereedschap (art. 311.1.4 Sr), waarbij verdachte wordt aangehouden na achtervolging door politie met snelheid van 180 km/uur waarbij gereedschap links en rechts wordt gegooid uit auto waarin verdachte zich met drie anderen bevindt, terwijl gereedschap eerder die avond blijkt te zijn gestolen. Bewijsklachten medeplegen. Bewijsvoering en verwerping van uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, art. 359.2 (tweede volzin) Sv. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00684.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.375 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00686

Datum 14 maart 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 februari 2021, nummer 23-002148-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 maart 2023.