Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:312

2023-02-24 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 22/00692
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-02-24
Publicatiedatum
2023-02-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00692
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/283

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bewijs. Art. 164 lid 2 Rv. Beperkte bewijskracht partijgetuigenverklaring. Bewijswaardering.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.362 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 22/00692

Datum 24 februari 2023




ARREST




In de zaak van




[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,



tegen




[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7084947 \ CV EXPL 18-6832 van de kantonrechter te Groningen van 28 augustus 2018, 4 december 2018 en 28 mei 2019.
b. de arresten in de zaak 200.269.638/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 oktober 2020 en 7 december 2021.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 7 december 2021 beroep in cassatie ingesteld.[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 24 februari 2023.