Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:248

2023-02-17 Bestuursrecht; Belastingrecht 22/01349
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-02-17
Publicatiedatum
2023-02-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/01349
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2023/403 | V-N 2023/10.15 met annotatie van Redactie | NLF 2023/0472 met annotatie van Nicoline Bergman | BNB 2023/49 | Belastingblad 2023/159 met annotatie van R.A. Eskes | NTFR 2023/529 met annotatie van mr. drs. C. Presilli | Sdu Nieuws Belastingzaken 2023/159 | Viditax (FutD) 2023021710 | FutD 2023-0455

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Aangetekende verzending uitnodiging voor de zitting, uitreiking van de uitnodiging aan belanghebbende.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.689 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER






Nummer 22/01349

Datum 17 februari 2023




ARREST




in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 maart 2022, nrs. BK-21/00384, BK-21/00387 en BK-21/00388, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 20/4929, SGR 20/4973 en SGR 20/5512) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2014, 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door S.B.M.A. Engelen, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.




2Uitgangspunten in cassatie

2.1
Aan belanghebbende zijn voor de jaren 2014, 2015 en 2016 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaren tegen deze aanslagen afgewezen.


2.2
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Het onderzoek ter zitting van de Rechtbank heeft plaatsgevonden op 24 maart 2021. Belanghebbende is daar niet verschenen. De Rechtbank heeft belanghebbendes beroep ongegrond verklaard.


2.3
Voor het Hof was onder meer in geschil of de zaak teruggewezen moest worden naar de Rechtbank, omdat belanghebbende de uitnodiging voor de zitting niet zou hebben ontvangen. Het Hof heeft aannemelijk geacht dat de uitnodiging tijdig en op regelmatige wijze op het adres van belanghebbende is aangeboden. Aan dit oordeel heeft het Hof ten grondslag gelegd dat uit het van de Rechtbank ontvangen dossier blijkt dat de uitnodiging voor de zitting met dagtekening 22 februari 2021 aangetekend is verzonden naar het adres van belanghebbende en dat een e-mail van PostNL bevestigt dat de uitnodiging op dat adres is bezorgd.




3Beoordeling van het middel

3.1
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld. Het middel betoogt dat het Hof ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd belanghebbendes stelling heeft verworpen dat zij geen uitnodiging voor het bijwonen van de zitting bij de Rechtbank heeft ontvangen, aangezien het door het Hof bedoelde bericht van PostNL het verkeerde adres vermeldt.


3.2
Indien een stuk aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, dient te worden onderzocht of het stuk door PostNL op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden.


3.3
Het Hof heeft met betrekking tot de uitnodiging voor de zitting van de Rechtbank onderzoek uitgevoerd en in zijn uitspraak vermeld dat belanghebbende door de griffier van de Rechtbank bij aangetekende brief, verzonden op 22 februari 2021, onder vermelding van plaats en tijdstip is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen en dat uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op het adres van belanghebbende is uitgereikt.


3.4
De tot het dossier behorende afdruk van het door PostNL vervaardigde document van bezorging van de uitnodiging voor de zitting van de Rechtbank vermeldt dat deze uitnodiging is uitgereikt op het adres [a-straat 1]. Blijkens de gedingstukken is het adres van belanghebbende [a-straat 1a]. Het oordeel van het Hof dat de uitnodiging tijdig en op regelmatige wijze op het adres van belanghebbende is aangeboden, is onbegrijpelijk. Het middel slaagt.


3.5
Gelet op het hiervoor in 3.4 overwogene kunnen de uitspraak van het Hof en de uitspraak van de Rechtbank niet in stand blijven. De Hoge Raad zal de zaak terugwijzen naar de Rechtbank.




4Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.



5Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof en de uitspraak van de Rechtbank,
- wijst het geding terug naar de Rechtbank Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 136,
- draagt de Inspecteur op aan belanghebbende te vergoeden het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof van € 134, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.674 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2023.



ECLI:NL:GHDHA:2022:308.


Zie HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1774, rechtsoverweging 2.3.


Vgl. HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2260, rechtsoverweging 2.4.