Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1726

2023-12-12 Strafrecht 21/02584
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-12-12
Publicatiedatum
2023-12-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/02584
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2023-0219 | RvdW 2024/35

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van 3 vuurwapens (art. 26.1 WWM) en geluiddemper (art. 13.1 WWM) in zijn woning. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht. Was verdachte op de hoogte van aanwezigheid van vuurwapens en munitie in zijn woning? 2. Kunnen klacht dat hof het OM ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in hoger beroep “om redenen als zijdens verdediging aangevoerd blijkens p-v ttz. in h.b.” en klacht dat de redelijke termijn is geschonden, worden aangemerkt als cassatiemiddelen? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft omstandigheid dat verdachte onherroepelijk is veroordeeld voor inbraak (in winkel) redengevend kunnen achten voor bewijs, in aanmerking genomen dat in tv-meubel waarin wapens en munitie zijn aangetroffen ook spullen zijn gevonden die hof heeft gerelateerd aan inbraak, zoals inbraakspullen en “membershipcard” van die winkel. In ’s hofs oordeel besloten liggende overweging dat hieruit kan worden opgemaakt dat verdachte wetenschap had van inhoud van tv-meubel is, mede gelet op overige bewijsmiddelen (waaruit volgt dat verdachte is veroordeeld voor inbraak, in tv-meubel ook ov-chipkaart op zijn naam is aangetroffen en tv-meubel in zijn woning stond), dan ook niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaarde volgt daarmee voldoende uit gebezigde b.m. en is (ook in het licht van het door verdediging gevoerde verweer) toereikend gemotiveerd. Ad 2. Als cassatierechter onderzoekt HR alleen cassatiemiddelen a.b.i. wet. Als zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen. Als cassatiemiddelen aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (5)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.245 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/02584

Datum 12 december 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 juni 2021, nummer 22-003100-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8 tot en met 14.




3Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Als een zodanig cassatiemiddel kan alleen gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De als cassatiemiddel 2 en cassatiemiddel 3 aangeduide klachten voldoen niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moeten blijven.



4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.



5Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 114 uren beloopt, subsidiair 57 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2023.