Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1656
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1656 → ECLI:NL:PHR:2023:785
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. belaging van ex-partner met wie verdachte 17 jaar een relatie had, art. 285b.1 Sr. Beroep op verjaring in cassatiefase i.g.v. toepassing van art. 416.2 Sv. Nu schriftuur geen klachten bevat over niet-ontvankelijkverklaring door hof van het door verdachte ingestelde hoger beroep en HR ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat hof de verdachte terecht n-o in h.b. heeft verklaard. Dit betekent dat vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. Klacht dat na wijzen van ‘s hofs arrest het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen, kan daarom niet leiden tot vernietiging van ‘s hofs uitspraak (vgl. t.a.v. overschrijding van redelijke termijn HR:2022:64). Volgt verwerping.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:64 Hoge Raad 25-01-2022
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:1007 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:4 Parket bij de Hoge Raad 09-01-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.218 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/00467
Datum 28 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 februari 2014, nummer 23-001083-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat te Laren NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen.
2.2
Nu de schriftuur geen klachten bevat over de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het door de verdachte ingestelde hoger beroep en de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou moeten worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk in het hoger beroep heeft verklaard. Dit betekent dat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden. De klacht dat na het wijzen van het arrest van het hof het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen, kan daarom niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof, zodat het cassatiemiddel tevergeefs is voorgesteld (vgl. ten aanzien van een klacht over overschrijding van de redelijke termijn HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:64).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 november 2023.