Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1650

2023-12-05 Strafrecht 22/00284
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-12-05
Publicatiedatum
2023-11-24
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00284
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/19

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Witwassen van geldbedrag (€ 25.199,91), art. 420bis.1.b Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht “afkomstig is uit enig misdrijf”, methode van eenvoudige kasopstelling (juistheid van de door hof voor bewijs gebruikte kasopstelling is niet betwist). HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In ’s hofs oordeel dat OM niet alsnog nader onderzoek had moeten doen naar verklaring verdachte over herkomst van geld, ligt besloten dat hof die verklaring op voorhand hoogst onwaarschijnlijk acht. In het licht van ‘s hofs vaststellingen dat verdachte t.t.v. afleggen van zijn verklaring kennis heeft kunnen nemen van verklaring van medeverdachte en dat die verklaring geen enkel aanknopingspunt bevat voor verklaring van verdachte dat die medeverdachte € 50.000 aan contant geld bij hem in woning heeft gelegd en dat hij toestemming had van medeverdachte om dat geld (gedeeltelijk) uit te geven, is dat oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 22/00239 en 22/00309.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.345 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00284

Datum 5 december 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 januari 2022, nummer 20-000003-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel – dat de juistheid van de door het hof voor het bewijs gebruikte kasopstelling niet betwist – klaagt over de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde witwassen van een geldbedrag van € 25.199,91 en keert zich in het bijzonder tegen het oordeel dat dit bedrag “afkomstig is uit enig misdrijf”.


3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 3.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.