Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1620

2023-12-05 Strafrecht 22/00251
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-12-05
Publicatiedatum
2023-11-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/00251
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2024/18

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Oplichting (art. 326.1 Sr) en verduistering (art. 321 Sr), meermalen gepleegd, medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 en 225.2 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht oplichting. Geldigheid dagvaarding en rol “verzwijgen” in bewezenverklaring. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. vermeende wetenschap van een van slachtoffers van niet doorgaan van project, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht oplichting. Kon hof oordelen dat verdachte in ieder geval vanaf 19-1-2017 zeker wist dat project niet door zou gaan? 4. Bewijsklachten verduistering. Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten t.a.v. “wederrechtelijk toe-eigenen” en “opzet”, art. 359.2 Sv. Had hof nader moeten motiveren waarom het van oordeel is dat verdachte zich de in project ingelegde gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend? 5. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Uos m.b.t. contra-indicaties, art. 359.2 Sv. 6. Bewijsklachten witwassen. Bewijs van “verbergen of verhullen wie rechthebbenden waren”. 7. Redelijke termijn in eerste aanleg. Heeft hof bij bepalen van overschrijding van redelijke termijn een te laat aanvangsmoment gehanteerd? 8. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en beroepsverbod voor 5 jaren). Kon hof oordelen dat bij straftoemeting niet in strafmatigende zin rekening hoeft te worden gehouden met een vanwege OM uitgegeven persbericht? 9. Schriftelijk stuk benadeelde partij. Ad 1. t/m 8. HR: art. 81.1 RO. Ad 9. Namens b.p. ingediend schriftelijk stuk bevat geen middel a.b.i. de wet. Samenhang met 22/00248, 22/00249 en 22/00250.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.065 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00251

Datum 5 december 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2022, nummer 23-000523-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. de Vries, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft M.J. Meijer, advocaat te Haarlem, een schriftelijk stuk ingediend. Het is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het bevat echter geen cassatiemiddel als in de wet bedoeld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.