Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1547

2023-11-14 Strafrecht 21/04871
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-11-14
Publicatiedatum
2023-11-09
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/04871
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2023-0198 | RvdW 2023/1110

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Had hof verweer van verdediging inzake onbetrouwbaarheid van herkenning van verdachte door opsporingsambtenaren moeten opvatten als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt a.b.i. art. 359.2 Sv? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Heeft hof voldoende inzichtelijk gemaakt hoe het de vastgestelde overschrijding van redelijke termijn heeft verdisconteerd in opgelegde straf (gevangenisstraf van 9 maanden)? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft standpunt m.b.t. herkenning van verdachte kennelijk niet als uos opgevat maar als onderdeel van onderbouwing van verweer strekkende tot vrijspraak. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit pleitnota van raadsman volgt dat verweer strekkende tot vrijspraak mede is gebaseerd op argumenten dat “overtuiging in casu ruim voor herkenning uitloopt” en “niet is vastgelegd zodat voor ons hier op zitting duidelijk wordt hoe dit nu gegaan is en juist daarom uiterst terughoudend met herkenning dient te worden omgegaan”. Nu standpunt van verdediging door hof niet behoefde te worden aangemerkt als uos, was hof in zoverre niet tot nadere motivering van zijn oordeel gehouden. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden. In hoger beroep is verdachte (anders dan in e.a.) tevens veroordeeld wegens medeplegen diefstal en is aan hem (na een door hof gestelde matiging vanwege overschrijding van redelijke termijn in h.b.) gevangenisstraf van 9 maanden opgelegd. Hof heeft duur van overschrijding van redelijke termijn meer specifiek bepaald (ongeveer tweeënhalve maand) en heeft vermeld dat opgelegde gevangenisstraf een iets lagere straf betreft dan hof zonder die overschrijding zou hebben opgelegd. Daarmee heeft hof in zijn uitspraak niet alleen aangegeven in welke vorm straf is verlaagd maar ook indicatie gegeven van mate waarin die straf is verlaagd. Gelet hierop heeft hof voldoende duidelijk gemaakt op welke wijze het overschrijding van redelijke termijn in bestraffing heeft verdisconteerd. Daarmee is rechtsgevolg dat hof aan overschrijding van redelijke termijn heeft verbonden, in cassatie voldoende toetsbaar. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.360 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/04871

Datum 14 november 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2021, nummer 21-004549-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in de zaak met parketnummer 05-245559-18 in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de onbetrouwbaarheid van de herkenningen van de verdachte door opsporingsambtenaren.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 12.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn heeft verdisconteerd in de opgelegde straf.


3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 15 tot en met 22.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2023.