Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:15
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:15 → ECLI:NL:PHR:2022:1142
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a.3 Sv op geldbedrag onder klager t.z.v. verdenking van medeplegen van moord/doodslag. 1. Heeft behandeling in raadkamer in het openbaar plaatsgevonden? Art. 552a.7 Sv. 2. Leidt ontbreken van p-v van uitspraak van bestreden beschikking tot nietigheid? Art. 25 Sv. 3. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager een schadevergoedingsmaatregel a.b.i. art. 36f Sr zal opleggen, in het licht van door raadsman gevoerd verweer dat geen sprake is van een vordering tot schadevergoeding noch van enige aanwijzing dat een dergelijke vordering zal worden ingediend? HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu cassatieberoep is ingesteld vóórdat termijn van art. 552d.2 Sv is aangevangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2023:1139 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1154 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:1148 Parket bij de Hoge Raad 19-12-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:969 Parket bij de Hoge Raad 31-10-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.820 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/04002 B
Datum 7 februari 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2021, nummer RK 21/003510, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2023.