Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1497
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1497 → ECLI:NL:GHDHA:2020:2763
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1497 → ECLI:NL:PHR:2023:854
Inhoudsindicatie
Bedreiging met enig misdrijf tegen leven gericht door op metrostation buitengewoon opsporingsambtenaar vast te pakken, in richting van spoor te duwen en te zeggen ‘Ik spring voor de metro en neem jou mee’ (art. 285.1 Sr) en belediging van ambtenaar in rechtmatige uitoefening van bediening, meermalen gepleegd (art. 266.1 jo. 267.2 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. belediging in ‘rechtmatige bediening’. 2. Vordering benadeelde partij t.z.v. bedreiging. Is toewijzing vordering b.p. (die bij terugduwen richting perron blijvend knieletsel heeft opgelopen) t.a.v. materiële en immateriële schade toereikend gemotiveerd, gelet op betwisting causaal verband tussen feit en schade? 3. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering overschrijding redelijke termijn? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.738 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/01838
Datum 7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2022, nummer 22-000844-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.