Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1474
2023-10-31
Strafrecht
21/04625
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1474 → ECLI:NL:GHAMS:2021:3228
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1474 → ECLI:NL:PHR:2023:805
Inhoudsindicatie
Ontucht docent/mentor met aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige scholiere (art. 249.1 Sr). Vrijspraak eerste aanleg. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefster dat seksueel contact plaatsvond toen zij minderjarig was en nog op school zat voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft voldoende (duidelijk) gemotiveerd waarom naar zijn oordeel in tenlastegelegde periode sprake is geweest van seksuele relatie tussen toen nog minderjarige aangeefster en verdachte. Niet gezegd kan worden dat verklaring van aangeefster onvoldoende steun vindt in overig bewijsmateriaal. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2024:360 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:356 Parket bij de Hoge Raad 02-04-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (1.628 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04625
Datum 31 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2021, nummer 23-002017-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 14.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2023.
STRAFKAMER
Nummer 21/04625
Datum 31 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 oktober 2021, nummer 23-002017-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering de bewezenverklaring uitsluitend heeft doen steunen op de verklaringen van één getuige.
2.2
Het cassatiemiddel faalt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3 tot en met 14.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2023.