Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1220

2023-09-15 Civiel recht 23/01586
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-09-15
Publicatiedatum
2023-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/01586
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; NJB 2023/2198; RvdW 2023/886; Burgerlijk procesrecht.nl BPR-2023-0082; GZR-Updates.nl 2023-0325; JGz 2023/61 met annotatie van dr. J.F.M. Hendrickx, mr. K. van Heumen; BPR-Updates.nl 2023-0082

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Wvggz. Zorgmachtiging verleend terwijl betrokkene niet ter zitting is verschenen, maar wel per aangetekende en voor ontvangst getekende brief is opgeroepen. Kon rechtbank uit gedragingen betrokkene vaststellen dat hij niet bereid was gehoord te worden?

Citeert (3)

Geciteerd door (23)

Volledige tekst

Volledige tekst (6.220 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 23/01586

Datum 15 september 2023




BESCHIKKING




In de zaak van




[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,



tegen



DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/13/727535/FA RK 22-8304 van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2023.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Uitgangspunten en feiten

2.1
De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging te verlenen ten aanzien van betrokkene voor de duur van zes maanden.



2.2
Bij de mondelinge behandeling van het verzoek is de advocaat van betrokkene verschenen. Betrokkene zelf is niet ter zitting verschenen. Blijkens het proces-verbaal heeft de advocaat van betrokkene onder meer verklaard dat hij betrokkene niet heeft kunnen spreken, dat hij het belangrijk vindt dat betrokkene wordt gehoord en dat hij daarom de rechtbank verzoekt de zaak aan te houden.



2.3
De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend. Voor zover in cassatie van belang heeft de rechtbank als volgt overwogen:


“2.1. Betrokkene is niet ter zitting verschenen. De advocaat heeft verzocht om de zaak aan te houden. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen. Ter zitting is gebleken dat de aangetekende brief volgens de ‘Track & Trace’ gegevens van PostNL bij betrokkene thuis is bezorgd en dat ervoor is getekend. Daarnaast blijkt uit het dossier dat betrokkene de deur niet opendoet voor zijn familie en de hulpverleners. Ook heeft betrokkene tot tweemaal toe niet open gedaan voor de onafhankelijke psychiater die hem in het kader van deze procedure geprobeerd heeft te onderzoeken. De rechtbank heeft op grond hiervan vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, waarop de mondelinge behandeling zonder zijn aanwezigheid is voortgezet. Bij aanhouding van het verzoek is niet de verwachting dat betrokkene zich tijdens een volgende mondelinge behandeling wel zal laten horen.”






3Beoordeling van het middel

3.1
Onderdeel 1 van het middel is gericht tegen het oordeel van de rechtbank (in rov. 2.1) dat betrokkene niet bereid is zich te doen horen en dat bij aanhouding van het verzoek niet de verwachting is dat betrokkene zich tijdens een volgende mondelinge behandeling wel zal laten horen. Onderdeel 1.3 klaagt onder meer dat de rechtbank dit oordeel niet heeft kunnen baseren op de omstandigheid dat betrokkene de deur niet opendoet voor familie en hulpverleners en ook tweemaal niet heeft opengedaan voor een onafhankelijk psychiater, aangezien de rechtbank niet heeft vastgesteld dat betrokkene in die periode thuis was.



3.2
Art. 6:1 lid 1 Wvggz bepaalt dat de rechter de betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Het gaat hier om meer dan hetgeen reeds voortvloeit uit het fundamentele beginsel van een behoorlijke rechtspleging dat iedere partij de gelegenheid moet krijgen om haar standpunt naar voren te brengen voordat de rechter een beslissing neemt. Ook dient immers zoveel mogelijk gewaarborgd te zijn dat aan iemand niet verplichte zorg kan worden opgelegd zonder dat hij, zo hij dit wenst, zelf door de rechter wordt gehoord. Het is tegen deze achtergrond dat de onderzoeksplicht van de rechter naar de bereidheid van de betrokkene om zich te doen horen en de motivering van zijn vaststelling dat die bereidheid niet aanwezig was, moeten worden beoordeeld.



3.3
De rechtbank heeft aan haar vaststelling dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen ten grondslag gelegd dat betrokkene de deur niet opendoet voor familie en hulpverleners en dat hij tweemaal de deur niet heeft opengedaan voor de onafhankelijke psychiater die hem in het kader van de procedure voor de zorgmachtiging heeft geprobeerd te onderzoeken. De rechtbank heeft echter niet vastgesteld dat betrokkene op deze momenten thuis was. Daarbij komt dat de advocaat van betrokkene ter zitting heeft verklaard dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met betrokkene en dat hij het belangrijk vindt dat betrokkene wordt gehoord, en dat de advocaat om aanhouding heeft verzocht (zie hiervoor in 2.2). In het licht van deze omstandigheden heeft de rechtbank zonder nader onderzoek niet met voldoende zekerheid kunnen vaststellen dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht is dus terecht voorgesteld.



3.4
De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.





4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2023;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.





Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 15 september 2023.





Zie o.a. HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:876, rov. 3.2; HR 14 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:18, rov. 3.1.2; HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1165, rov. 3.2.