Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2023:1155
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2023:1155 → ECLI:NL:GHAMS:2021:3112
- conclusie ECLI:NL:HR:2023:1155 → ECLI:NL:PHR:2023:615
Inhoudsindicatie
Opzetheling motorscooter, art. 416.1.a Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit ‘s hofs bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van motorscooter wist dat deze van diefstal afkomstig was? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In zijn bewijsoverweging heeft hof (mede n.a.v. een door verdediging gevoerd verweer) uitgelegd waarom het bewezen acht dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter heeft geweten dat deze van misdrijf afkomstig was. Daarbij heeft hof betrokken dat motorscooter van diefstal afkomstig was, dat contactslot van motorscooter ontbrak en dat op die plek slechts een gat van ongeveer 1,5 centimeter zichtbaar was. Hof heeft vervolgens vastgesteld dat cilinderslot en sleutel die bij verdachte werden aangetroffen niet horen bij motorscooter, waarmee verklaring dat verdachte pas bij het op slot zetten van motorscooter merkte dat cilinderslot van motorscooter los zat, wordt weerlegd. Daaruit kon hof afleiden dat motorscooter niet op reguliere wijze, met bijpassende sleutel, kon worden gestart. Die vaststelling is niet onbegrijpelijk. Hof heeft verklaring van verdachte, inhoudende dat hij scooter heeft gestart met startknop, als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Hof heeft vervolgens o.g.v. voorgaande vastgesteld dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter reeds moet hebben gezien dat origineel cilinderslot ontbrak. Uit die omstandigheid heeft hof kunnen afleiden dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter wist dat deze uit misdrijf afkomstig was. Bewezenverklaring is aldus toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.533 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 21/04518
Datum 26 september 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 oktober 2021, nummer 23-002570-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S. Ettalhaoui, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 10.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2023.