Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1040

2023-07-11 Strafrecht 21/03142
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-07-11
Publicatiedatum
2023-07-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/03142
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/846

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Feitelijke aanranding van eerbaarheid (meermalen gepleegd) met 16-jarige jongen in zwembad door 26-jarige verdachte, art. 246 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van getuigenverklaring, art. 359.2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Mede gelet op bewijsoverwegingen heeft hof op uos gerespondeerd. ’s Hofs verwerping van dat standpunt is niet onbegrijpelijk en ook overeenkomstig art. 359.2 Sv toereikend gemotiveerd. Hof heeft expliciet overwogen dat het van oordeel is dat getuige heeft verklaard over wat hij zelf heeft waargenomen en dat van enige vorm van beïnvloeding van deze verklaring door vader van aangever niet is gebleken. Voorts heeft hof overwogen dat verklaring van getuige niet één op één overeenkomt met verklaring van aangever. Daarmee heeft hof tot uitdrukking gebracht dat verklaring authentiek, betrouwbaar en geloofwaardig is. Dat getuige niet op eerder moment, namelijk tijdens ‘informatief gesprek zeden’, heeft verklaard over ontuchtige bejegening van verdachte richting aangever, dicht hof niet onbegrijpelijk toe aan feit dat het tijdens dat gesprek ging over wat er met getuige zelf was voorgevallen. Tot nadere motivering van zijn beslissing was hof niet gehouden. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.247 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/03142

Datum 11 juli 2023




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juli 2021, nummer 20-003799-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de voor het bewijs gebruikte verklaring van de getuige [benadeelde ] betrouwbaar en geloofwaardig is.


3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 5, 14 en 16 tot en met 19.




4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2023.