Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:1022

2023-07-04 Strafrecht 22/00640
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-07-04
Publicatiedatum
2023-07-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/00640
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJB 2023/1875 | RvdW 2023/822 | NJ 2023/267 met annotatie van P. Mevis

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto, waarvan klager (derde-belanghebbende die geen verdachte is in strafzaak) stelt eigenaar te zijn, onder ander (verdachte) i.h.k.v. lopend strafrechtelijk onderzoek tegen die ander met het oog op een door strafrechter te bevelen verbeurdverklaring, waarna (na beslissing van beklagrechter) strafrechter bij (niet onherroepelijk) strafvonnis de teruggave van auto aan verdachte beveelt. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Kan klager worden ontvangen in zijn beroep tegen beslissing beklagrechter na beslissing strafrechter in strafzaak tegen ander tot teruggave aan die ander? Bij de stukken bevindt zich afschrift van uitspraak van Rb (RBAMS:2022:2014) in strafzaak tegen ander. In die uitspraak heeft Rb de teruggave gelast aan verdachte van inbeslaggenomen personenauto waarvan klager de teruggave heeft verzocht. Omstandigheid dat in strafzaak een beslissing over beslag is genomen, brengt met zich dat klager n-o moet worden verklaard in beroep tegen beschikking waarbij klaagschrift ongegrond is verklaard. In beschikking is immers beslissing gegeven in afwachting van oordeel van strafrechter over beslag. Door diens uitspraak over beslag in strafzaak tegen verdachte kan op klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen. Klager n-o. CAG: anders.

Citeert (1)

Geciteerd door (11)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.603 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/00640 B

Datum 4 juli 2023




BESCHIKKING





op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2022, nummer RK 21/5466, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft T.E. Korff, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2022 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen personenauto ongegrond is verklaard.


2.2
Bij de stukken bevindt zich een afschrift van een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2014, in de strafzaak tegen [betrokkene 2]. In die uitspraak heeft de rechtbank de teruggave gelast aan [betrokkene 2] van de inbeslaggenomen personenauto waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.


2.3
De omstandigheid dat in de strafzaak een beslissing over het beslag is genomen, brengt met zich dat de klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens uitspraak over het beslag in de strafzaak tegen de verdachte kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.




3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2023.