Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2023:102

2023-01-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 21/04066
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2023-01-27
Publicatiedatum
2023-01-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/04066
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2023/164

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overname winkel; ontbinding koopovereenkomst; ongedaanmaking (art. 6:265 BW; art. 6:271 BW); ontbindingsschade (art. 6:277 BW).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.762 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 21/04066

Datum 27 januari 2023




ARREST




In de zaak van


1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],

wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: K. Aantjes,



tegen




[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: H.J.W. Alt.





1Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/513693 / HA ZA 16-1083 van de rechtbank Rotterdam van 15 november 2017;
b. de arresten (en beschikkingen) in de zaak 200.228.468/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 december 2017, 10 april 2018, 23 april 2019, 26 november 2019, 1 september 2020, 15 september 2020 (beschikking), 2 februari 2021 (beschikking) en 6 juli 2021.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 6 juli 2021 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.





Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 27 januari 2023.