Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:999
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:999 → ECLI:NL:PHR:2022:483
Inhoudsindicatie
Weigeren van medewerking aan ademonderzoek (art. 163.2 WVW 1994) en rijden terwijl hij wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Ontbrekende pleitnota in hoger beroep, bevestiging voorzitter hof per brief dat pleitnota in het ongerede is geraakt. Pleitnota die in p-v van tz. in h.b. is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden. N.a.v. een door raadsman o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR gedaan verzoek is bij hof nadere informatie ingewonnen. waarna. O.g.v. die informatie moet worden aangenomen dat pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. HR kan daardoor niet nagaan of op tz. meer verweren zijn gevoerd dan die in ‘s hofs uitspraak zijn vermeld dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht die niet in deze uitspraak zijn vermeld. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03898.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (6)
- ECLI:NL:PHR:2023:600 Parket bij de Hoge Raad 20-06-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:528 Parket bij de Hoge Raad 23-05-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:199 Parket bij de Hoge Raad 21-02-2023
- ECLI:NL:PHR:2022:1176 Parket bij de Hoge Raad 01-11-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:859 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:858 Parket bij de Hoge Raad 27-09-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (3.059 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 20/03900
Datum 12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2020, nummer 21-006578-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn, omdat de pleitnota die op de terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw van de verdachte aan het hof is overgelegd, zich niet bij de stukken van het geding bevindt.
2.2
Volgens het proces-verbaal van die terechtzitting heeft de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd. Het proces-verbaal houdt het volgende in:
“De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging, waarbij de raadsvrouw het woord voert overeenkomstig haar pleitnota, die aan het hof is overgelegd en aan dit procesverbaal is gehecht.”
2.3
De pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden. Naar aanleiding van een door de raadsman op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden gedaan verzoek is bij het hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie moet worden aangenomen dat die pleitnota niet meer beschikbaar zal komen. De Hoge Raad kan daardoor niet nagaan of op de terechtzitting meer verweren zijn gevoerd dan die in de uitspraak van het hof zijn vermeld, dan wel of daar uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht die niet in deze uitspraak zijn vermeld. Het cassatiemiddel slaagt daarom.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.