Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:863
2022-06-10
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
21/00840
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:863 → ECLI:NL:GHARL:2020:5969 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:863 → ECLI:NL:PHR:2021:1231 gevolgd
Inhoudsindicatie
Procesrecht, art. 5.1-5.3 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken gerechtshoven. Verjaring. Wettelijke rente, schuldeisersverzuim.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.529 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00840
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
FLEXTIME PERSONEELSDIENSTEN B.V. (IN LIQUIDATIE),gevestigd te Deventer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Flextime,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/322701 / HZ ZA 17-335 van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2017, 27 december 2017, 24 oktober 2018 en 5 december 2018;
het arrest in de zaak 200.252.729/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2020.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Flextime is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
2.1
Onderdeel 3 van het middel mist feitelijke grondslag op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.17. Het dictum van het bestreden arrest moet, anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, aldus worden verstaan dat [eiseres] geen wettelijke rente is verschuldigd over het bedrag dat zij dient over te maken naar de G-rekening zolang dit vanwege het ontbreken van een dergelijke rekening niet mogelijk is (geweest).
2.2
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Flextime begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00840
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
FLEXTIME PERSONEELSDIENSTEN B.V. (IN LIQUIDATIE),gevestigd te Deventer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Flextime,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/322701 / HZ ZA 17-335 van de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2017, 27 december 2017, 24 oktober 2018 en 5 december 2018;
het arrest in de zaak 200.252.729/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2020.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Flextime is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
2.1
Onderdeel 3 van het middel mist feitelijke grondslag op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.17. Het dictum van het bestreden arrest moet, anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt, aldus worden verstaan dat [eiseres] geen wettelijke rente is verschuldigd over het bedrag dat zij dient over te maken naar de G-rekening zolang dit vanwege het ontbreken van een dergelijke rekening niet mogelijk is (geweest).
2.2
De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Flextime begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.