Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:856
2022-06-10
Civiel recht; Verbintenissenrecht
21/00980
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:856 → ECLI:NL:GHAMS:2020:3329 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:856 → ECLI:NL:PHR:2022:98
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomst. Verplichting koper energiebedrijf aan verkopers vergoeding te betalen in geval van privatisering vóór een vervaldatum. Wet onafhankelijk netbeheer.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.346 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00980
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
1. N.V. REMU HOUDSTERMAATSCHAPPIJ,gevestigd te Utrecht,
2. STICHTING BEHEER BELANGEN GCN,gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Remu c.s.,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
N.V. ENECO BEHEER,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eneco,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/647233 / HA ZA 18-447 van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2018 en 27 februari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.304/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2020.
Remu c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Eneco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Eneco toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Remu c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Remu c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00980
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
1. N.V. REMU HOUDSTERMAATSCHAPPIJ,gevestigd te Utrecht,
2. STICHTING BEHEER BELANGEN GCN,gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Remu c.s.,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
N.V. ENECO BEHEER,gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eneco,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/647233 / HA ZA 18-447 van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2018 en 27 februari 2019;
het arrest in de zaak 200.260.304/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2020.
Remu c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Eneco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Eneco toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Remu c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Remu c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.