Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:846

2022-06-07 Strafrecht 21/02999
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-06-07
Publicatiedatum
2022-06-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/02999
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/603

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Canadese nationaliteit) naar Australië t.z.v. medeplegen handel in verdovende middelen (meermalen gepleegd). 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek teneinde navraag te doen bij Taiwanese, Australische, Canadese en Nederlandse autoriteiten m.b.t. betrokkenheid van Australische autoriteiten bij onrechtmatige uitzetting van opgeëiste persoon door Taiwan naar Nederland. 2. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en minister. Kon Rb oordelen dat niet is komen vast te staan dat voor opgeëiste persoon t.z.v. voltooide inbreuk op art. 6.1 EVRM in Australië geen rechtsmiddel open staat? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.810 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/02999 U

Datum 7 juni 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 juli 2021, nummer [001], op een verzoek van het Gemenebest van Australië tot uitlevering



van




[de opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de opgeëiste persoon.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2022.