Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:812

2022-05-31 Strafrecht 21/01223
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-05-31
Publicatiedatum
2022-05-31
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/01223
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/580

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Opzettelijk telen van 208 hennepplanten (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). Bewijsklachten. Kan daderschap uit de bewijsmiddelen worden afgeleid? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/01293 P.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.792 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/01223

Datum 31 mei 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2021, nummer 21-005303-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2022.