Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:711

2022-05-17 Strafrecht 21/00233
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-05-17
Publicatiedatum
2022-05-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/00233
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/539

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Diefstal (art. 310 Sr). Overschrijding redelijke termijn, nu verstekmededeling uitspraak hof niet met de nodige voortvarendheid is betekend. HR: Op redenen vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Appeldagvaarding is niet aan verdachte in persoon betekend en verdachte is niet ttz. in hoger beroep verschenen. Evenmin doet zich omstandigheid voor waaruit voortvloeit dat dag van tz. in h.b. verdachte tevoren bekend was. Uit de stukken blijkt niet dat o.g.v. art. 366.1 Sv verstekmededeling is betekend, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Aldus is verstekmededeling niet met de nodige voortvarendheid betekend, zodat sprake is van overschrijding van redelijke termijn. HR volstaat met oordeel dat redelijke termijn is overschreden. Samenhang met 21/00229 en 21/00237.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.928 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00233

Datum 17 mei 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 november 2017, nummer 22-001781-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat na de bij verstek gewezen uitspraak van het hof de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden.


2.2
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van één week zal de Hoge Raad volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.