Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:710

2022-05-17 Strafrecht 21/00237
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-05-17
Publicatiedatum
2022-05-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/00237
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/540

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. eenvoudige belediging (art. 266 Sr) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr). 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 588.1.b.3 (oud) Sv. 2. Kon hof oordelen dat het ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in h.b.? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00229 en 21/00233.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.768 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/00237

Datum 17 mei 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 juni 2018, nummer 22-003212-17, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.