Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:700

2022-06-14 Strafrecht 21/01238
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-06-14
Publicatiedatum
2022-05-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
21/01238
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/626

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Poging tot doodslag op vriendin door met mes in borst te steken (art. 2:259 jo. 1:119 SrC) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 2:249 SrC) op Curaçao. 1. Heeft Hof bij bevestiging vonnis ten onrechte niet gerespondeerd op in hoger beroep gevoerd verweer m.b.t. aangetroffen hoeveelheid bloed in kofferbak? 2. Klachten over bewijs en kwalificatie wederrechtelijke vrijheidsberoving. HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.859 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 21/01238 C

Datum 14 juni 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 18 februari 2021, nummer H 79/20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.