Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:699

2022-06-14 Strafrecht 20/02160
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-06-14
Publicatiedatum
2022-05-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/02160
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/624

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Opzettelijk aanwezig hebben hennep, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklachten. 1. Uit bewijsmiddelen kan niet volgen dat hennepplanten zich in machtssfeer verdachte bevonden. 2. Opzet verdachte op aanwezigheid hennepplanten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02159 P, 21/02169 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o) en 21/02170 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.720 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 20/02160

Datum 14 juni 2022




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2020, nummer 23-004390-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.