Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:666

2022-04-29 Bestuursrecht; Belastingrecht 21/04115
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-04-29
Publicatiedatum
2022-04-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
21/04115
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | V-N Vandaag 2022/1057 | V-N 2022/20.6 met annotatie van Redactie | NLF 2022/0950 met annotatie van Edwin Thomas | BNB 2022/87 | NTFR 2022/1832 met annotatie van mr. J. de Haan | Viditax (FutD) 2022042918 | FutD 2022-1269

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Artikel 6.17 Wet IB 2001; artikel 6.19, lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 2001; uitgaven voor specifieke zorgkosten; verhoging uitgaven voor specifieke zorgkosten.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.395 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 21/04115

Datum 29 april 2022



ARREST



in de zaak van




[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 augustus 2021, nr. 20/00404, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 19/3917) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door P. Le Heux, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.




2Uitgangspunten in cassatie
Belanghebbende heeft in haar aangifte aftrek geclaimd voor specifieke zorgkosten die bij de aanslagregeling gedeeltelijk is verleend. Bij het Hof was niet in geschil dat de Inspecteur ten onrechte een bedrag van € 87 voor kosten van extra gezinshulp niet in aanmerking had genomen. Het Hof heeft de aftrek voor specifieke zorgkosten met dat bedrag verhoogd en het inkomen uit werk en woning vastgesteld op € 18.112 min € 87 is € 18.025.



3Beoordeling van de middelen

3.1
In cassatie zijn twee middelen voorgesteld. Het eerste middel kan niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).


3.2
Het tweede middel betoogt dat het Hof de aanslag te hoog heeft vastgesteld doordat het Hof geen rekening heeft gehouden met de verhoging van 40 procent van de uitgaven voor specifieke zorgkosten als bedoeld in artikel 6.19, lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 2001. Het inkomen uit werk en woning moet worden vastgesteld op € 17.990 (te weten € 18.112 – (€ 87 x 1.4)), aldus het middel.


3.3
De juistheid van het tweede middel wordt door de Staatssecretaris erkend. Het middel slaagt. Het Hof heeft kennelijk over het hoofd gezien dat het inkomen niet met € 87 moest worden verminderd, maar met afgerond € 122 omdat de uitgave van € 87 voor extra gezinshulp ingevolge artikel 6.19, lid 1, aanhef en letter b, Wet IB 2001 met 40 procent moet worden verhoogd. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2015 moet worden verminderd tot een aanslag naar een inkomen uit werk en woning van € 17.990.




4Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.



5Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van het Hof, maar alleen voor zover deze uitspraak betrekking heeft op de vermindering van de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2015 en de bij die aanslag gegeven beschikking inzake belastingrente,
- vermindert die aanslag tot een aanslag naar een inkomen uit werk en woning van € 17.990,
- vermindert de belastingrente dienovereenkomstig,
- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 134, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.518 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.



Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.




ECLI:NL:GHARL:2021:8280.