Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:65
2022-01-25
Strafrecht
21/02430
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:65 → ECLI:NL:PHR:2021:1174
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Rwandese nationaliteit) naar Rwanda t.z.v. aan de genocide in Rwanda van 1994 gerelateerde feiten. 1. Klacht over verwerping verweer m.b.t. dreigende flagrante schending art. 6.1 EVRM, terwijl opgeëiste persoon in verzoekende staat geen effectief rechtsmiddel ten dienste zal staan. 2. Klacht over afwijzing getuigenverzoek. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:93 Parket bij de Hoge Raad 24-01-2025
- ECLI:NL:PHR:2023:473 Parket bij de Hoge Raad 09-05-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (1.832 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02430 U
Datum 25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 april 2021, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Rwanda tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben F.T.C. Dölle en G.K. Sluiter, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.
STRAFKAMER
Nummer 21/02430 U
Datum 25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 30 april 2021, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Rwanda tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de opgeëiste persoon.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben F.T.C. Dölle en G.K. Sluiter, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.