Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2022:623

2022-04-22 Civiel recht 20/04107
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2022-04-22
Publicatiedatum
2022-04-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
20/04107
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2022/457

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Vernietigde indicatiebesluiten CIZ; schade en causaal verband.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.960 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN


CIVIELE KAMER



Nummer 20/04107

Datum 22 april 2022


ARREST


In de zaak van


de publiekrechtelijke rechtspersoonCENTRUM INDICATIESTELLING ZORG,zetelend te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: CIZ,
advocaten: N.E. Groeneveld-Tijssens en S.A.L. van de Sande,


tegen



[verweerder],wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.


1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:


het vonnis in de zaak NL18.259 van de rechtbank Midden-Nederland van 10 december 2018;


het arrest in de zaak 200.253.804/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2020.



CIZ heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt zowel in het principaal als het incidenteel cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van CIZ hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.



2Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).





3Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:




verwerpt het beroep;


veroordeelt CIZ in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.142,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;


in het incidentele beroep:


verwerpt het beroep;


veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CIZ begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.






Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.