Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2022:615
2022-04-22
Civiel recht
20/04105
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2022:615 → ECLI:NL:GHSHE:2020:2854 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2022:615 → ECLI:NL:PHR:2021:1252 gevolgd
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Beroepsaansprakelijkheid notaris. Zorgplicht. Vordering tot vergoeding van schade doordat bij overdracht is uitgegaan van te hoog percentage overdrachtsbelasting.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.309 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/04105
Datum 22 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: F.J. Fernhout,
tegen
[verweerder], notaris,kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/252722 / HA ZA 18-375 van de rechtbank Limburg van 22 mei 2019;
de arresten in de zaak 200.264.444/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 oktober 2019 en 15 september 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof 15 september 2020 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.
CIVIELE KAMER
Nummer 20/04105
Datum 22 april 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: F.J. Fernhout,
tegen
[verweerder], notaris,kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/252722 / HA ZA 18-375 van de rechtbank Limburg van 22 mei 2019;
de arresten in de zaak 200.264.444/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 oktober 2019 en 15 september 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof 15 september 2020 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.